In de jaren zeventig van de vorige eeuw leek de wereldrevolutie voor de deur te staan. Overal stond 'links' op het punt de macht te grijpen. ook in Nederland waren de verwachtingen hooggespannen. Radicalen, verspreid over talloze groepen, partijen, bonden, facties, cellen en comités, bereidden zich voor op de grote omwenteling - die niet kwam. Voor sommigen veranderde de revolutionaire euforie in politieke frustratie. Maar voor anderen was het wegvallen van de hoge verwachtingen een bevrijding. Zonder topzware ideologieën werd het radicale activisme praktischer en doeltreffender.
In 'Tien rode jaren' onderzoekt Antoine Verbij waar dat revolutionaire elan van de jaren zeventig vandaan kwam, waar het op stukliep en hoe het van karakter veranderde. Hij sprak met communisten, trotskisten, maoïsten en anarchisten over hun motieven, hun hooggestemde idealen en hun onderlinge twisten. Aan feministen, milieuactivisten, vredesbewegers, krakers en antimilitaristen vroeg hij hoe het hen na de teloorgang der ideologieën is vergaan. 'Tien rode jaren' biedt een bont panorama van het rijke linkse leven in die eigenlijk zo onbekende jaren zeventig.